In Nederland luidt men de alarmklok omdat het aantal leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs blijft dalen. Dit leidt tot personeelstekorten in sectoren als de bouw, de zorg, onderwijs en techniek.
Er is, zoals in Vlaanderen nog altijd een ‘hoger-is-beter-mentaliteit’. Technische opleidingen kampen met een negatief imago. Ten onrechte. Vakmanschap wordt goed betaald. Probeer maar eens een loodgieter thuis te krijgen. Of rijd je auto maar eens naar de garage voor een onderhoudsbeurt.
En Vlaanderen? In tegenstelling tot Nederland neemt het aantal leerlingen in het TSO en BSO de laatste jaren licht toe. Maar hier luidt men een andere alarmklok: “Er zijn geen gelijke onderwijskansen, want kinderen van minder kansrijke en begoede ouders zijn minder succesvol in het hoger onderwijs (en schrijven ze zich proportioneel minder in)”. Ten onrechte stelt men “dat op de hedendaagse arbeidsmarkt een diploma hoger onderwijs in steeds meer sectoren een bindend toegangsticket geworden is”, terwijl iedereen weet dat er duizenden vacatures zijn in de bouw, in de technische en de zorgsector. Maar er zijn ook veel nutteloze opleidingen in het TSO en BSO.
“Gelijke onderwijskansen” is voor mij niet: “iedereen naar de universiteit”. Maar wel: een goede voorbereiding voor het leven voor iedereen: voor sommigen is dit een universitair diploma, voor vele anderen een goed technisch of beroepsdiploma in een studierichting met toekomstperspectief. Hoger is niet altijd beter.
Mieke Van Haegendoren