Werkwijze

Werkwijze

De Auxilia-werkwijze is zeer eenvoudig en laagdrempelig.

We bekijken elke aanvraag tijdens een intakegesprek tussen de aanvrager (school, CLB, hulpverlening, enz…) de ouders en de leerling en zoeken samen naar een oplossing. Als de aanvraag positief wordt beoordeeld, krijgen de vrijwilligers een naamloze beschrijving van de situatie van de leerling. Zij kunnen dan op basis hiervan beslissen of ze interesse hebben in deze aanvraag. Dan brengt de regio-assistent samen met de kandidaat-vrijwilliger een bezoek aan de aanvrager. Tijdens dit bezoek worden de afspraken gemaakt. Een goed contact met de school is essentieel voor het succes van de huiswerkbegeleiding.

Aanmeldingsformulier leerlingen

Meest recente berichten

Havik(k)en en monnik(k)en?

Onze vrijwilligers krijgen regelmatig te maken met het inoefenen van ‘woordpakketten’ voor spelling Nederlands in het basisonderwijs.

Maar hoe belangrijk zijn die woorden? Moeten we bijvoorbeeld per se tijd en energie steken in het juist leren schrijven van havikenof monniken, of van buizerd? Is het niet belangrijker op sleutel (een woord dat je bijna dagelijks gebruikt) te kunnen schrijven dan beuk

Maar hoe weten we nu welk woord belangrijker is dan een ander woord of welk woord frequenter voorkomt dan een bepaald ander woord? 

Hiervoor kunnen we beroep doen op ‘woordfrequentielijsten’. Een goed voorbeeld hiervoor is De Woordenrommel. Van In prijst dit werk op volgende wijze (letterlijk) aan: 

“De woordentrommel is een nieuwe, handige, op-en-top Vlaamse woordfrequentielijst, waarin op de eerste plaats de woorden zijn samengebracht die kinderen zelf gebruiken in hun spontane schrijftaal.

Die lijst is aangevuld met woorden die zorgvuldig geselecteerd zijn op basis van hun maatschappelijke relevantie. De woorden zijn per leerjaar alfabetisch en per spellingcategorie gerangschikt.”

Waarom is het belangrijk bij het aanleren van het Nederlands rekening te houden met een woordfrequentielijst? Omdat we het snelst die stimuli herkennen die we vroeg hebben geleerd en die we dikwijls gezien hebben. Dus, de eerste woorden die we leren en de woorden die we het vaakst zien en horen herkennen we het best. Zo zouden we een woord dat we al 20 keer gelezen hebben sneller herkennen dan een woord dat we slechts 10 keer gelezen hebben. Met andere woorden er doet zich hier dus een ‘woordfrequentie-effect’ voor, een effect dat we niet pas krijgen bij woorden na honderdvoudige aanbieding. Dit geeft het belang aan van het consulteren van de woordfrequentielijsten. Het is  belangrijker om een relatief klein aantal van vaak gebruikte of hoogfrequente woorden goed en herhaaldelijk in te oefenen dan om een lange lijst van laagfrequente woorden slechts eenmaal (via een woordpakket) door te nemen. Het zou dus zinvol zijn – alleszins voor de kinderen die moeite hebben met het Nederlands – om de woorden uit de ‘woordpakketten’ in de verschillende handboeken te controleren op hun frequentie van voorkomen. 

Een zachte overgang die voorlopig niet te veel werk vraagt van de leerkracht/vrijwilliger zou erin kunnen bestaan dat deze kinderen bij het klassikaal dictee enkel de hoogfrequente woorden uit het woordpakket correct moeten kunnen schrijven terwijl ze de laagfrequente woorden mogen kopiëren.