Artificiële Intelligentie in de klas

Auxilia-Limburg nodigde in oktober Robbe Wulgaert uit om de vrijwilligers  bij te praten over ‘Artificiële intelligentie in de klas’.

Wat leerden we van Robbe?

 Hoe het werkt:

Chat GPT en Co-pilot zijn de meest gebruikte tools, ze werken met taalvoorspelling om vragen te beantwoorden.
Als je een vraag stelt (= een prompt)  wordt in duizenden teksten gezocht naar het meest voorkomende volgende woord. Hoe meer teksten ‘gevoerd’ worden aan het systeem, hoe beter dat lukt.

 Wat er positief is:

Het bespaart opzoekingswerk, als je de juiste vragen leert stellen:  Geef veel context mee,  wees doelgericht, stel bijkomende vragen,…
Je krijgt een antwoordstructuur.
Je kan vragen naar de pro’s en contra’s,  waardoor je een ruimere blik op het probleem krijgt.
Je kan vragen stellen in andere talen dan Engels, maar Engels heeft meer en  bredere bronnen. De Nederlandstalige bronnen zijn soms te beperkt.

 Wat er negatief is:

Je bent nooit zeker dat het antwoord correct is. Steeds kritisch checken dus. En daar heb je kennis voor nodig.
Deze taaltools zijn slecht in wiskunde. Vraag hen niet om een oefening op te lossen.
Deze computerberekeningen vragen enorm veel energie, ten koste van onze planeet. Om gewoon iets op te zoeken gebruik je beter Wikipedia of een boek 😉

 Conclusie:

Het is nuttig om te weten waar jongeren hun mosterd halen,  en weet dat ze er bijna allemaal gebruik van maken.
En het is leuk om als vrijwilliger zelf te vragen aan AI: ‘Geef me vijf vraagstukken in het Nederlands voor een negenjarige. De oplossingen moeten  te vinden zijn via vermenigvuldiging of deling’. Die kan je dan gebruiken voor jouw leerling. (Toch eerst even checken 😉)