Vrijwilliger Roger Pauly getuigt op de nieuwjaarsreceptie

In mei 2017 ging ik in op een vraag van Auxillia, om aan een vijftienjarige Afghaanse jongen, een stoomcursus wiskunde te geven. S. was hier alleen. Op mijn vraag of zijn familie in Afghanistan achtergebleven was, antwoordde zijn begeleidster dat hij daar nooit over sprak. Ik nam mij voor om niet alleen zijn wiskunde leraar, maar ook een surrogaat -opa voor hem te zijn.

Weliswaar had zijn levenshonger de bovenhand, maar soms leed hij onder de omstandigheden. Vooral wanneer hij weer naar Brussel moest, om zijn verblijf hier te evalueren, was hij dagen op voorhand erg down. Dan kon hij zich niet concentreren. Ik onderbrak dan de les om er met hem over te praten. Maar hij had bemoedigende aanknopingspunten: voetbal en muziek. Ik bracht dan een foto mee van mijn eigen voetbaltijd. Hij leerde gitaar en toonde mij wat hij al kon. Omdat ik ooit klarinet speelde en mondharmonica, kon ik hierop ingaan. Op een keer nam ik mijn mondharmonica mee en na de les speelde ik voor hem. Hij vond het fantastisch en vroeg mij, om het nog eens over te doen, zodat hij het met zijn smartphone kon opnemen en later opnieuw beluisteren. Geleidelijk aan werd hij goed met mij vertrouwd en kon ik met hem praten, over zijn leven en verwachtingen. Ik wist intussen ook, dat zijn ouders en een broer en een zus, nog ginder waren. Hij miste zijn gezin, vooral zijn moeder, en ook zijn zus.  Zijn wiskundekennis vorderde goed. Nooit zag ik iemand die zo gemotiveerd was. Na elke les gaf ik hem opdrachten. Hij begreep de leerstof doorgaans goed. Zo won ik tijd bij de gezamenlijke verbetering.

Op een bepaald moment zei ik: “Volgende les leer ik je werken met een assenstelsel en coördinaten. Ik heb dan de flap met geruit papier nodig.” Terwijl ik dat zei, zette ik de flap met geruit papier al klaar. Toen ik de volgende les binnenstapte, zag ik dat mijn geruit papier beschreven was. Hij had het beschreven, wel wetend dat ik niet anders kon dan het lezen. In gebrekkig Nederlands had hij over zijn mama geschreven: “Mama, wanneer ik mijn ogen sluit, dan zie ik je. Als ik mij ogen open, dan mis ik je.” Ik sprak er hem over en beloofde dat ik voor hem een gedicht voor zijn mama zou schrijven.

Mama

Wanneer ik straks mijn ogen sluit,

dan zal ik aan je denken.

Ik kijk er steeds weer graag naar uit,

en zie naar mij wenken.

 

En morgen bij het ochtend dauw,

dan zal ik je weer missen.

Maar in mijn hart blijf ik bij jou.

Geen mens die dat kan wissen.

(Voor S. van Roger Pauly.)

 

Hij was overgelukkig toen ik het hem voorgelezen had, en hij het mocht houden.

Na de laatste les wilde hij in mijn auto meerijden. Ik reed met hem gewoon zo maar,  naar nergens. Na een tijdje vroeg ik hem of hij ergens naartoe wou. Hij zei: ”Ja, naar je huis. Ik wil zien waar jij woont.” Dat gebeurde. Hij was erg geïnteresseerd en voorkomend t.o.v. mijn echtgenote. In de auto was hij erg dankbaar voor alles. Hij zou mij nooit vergeten en zijn deur zou altijd voor mij open staan.

 

Nabeschouwing.

———————–

Uiteindelijk volgde hij mijn goed onderbouwd advies inzake studiekeuze niet. Wellicht omwille van vrienden stapte hij naar een 3de jaar. Onbegrijpelijk dat zijn voogd en begeleiders dit toelieten. Hij kan onmogelijk volgen in een derde jaar secundair, zonder de leerstof van het tweede jaar. Voor het vervolg van zijn school- en levensloopbaan, lijkt mij dit bijzonder jammer. Maar ons zien is beperkt, en mijn verantwoordelijkheid reikte niet verder dan advies geven. De ervaring op zich voedt de innerlijke rijkdom: individueel en wederzijds. In die zin verwijst het gebeuren naar verbondenheid, en naar wat ons ten diepste overstijgt.