Het rekenhof erg kritisch voor het gelijke kansenbeleid.

Sinds 2002 ontvangt het basisonderwijs extra lestijden en werkingsmiddelen voor kansarme kinderen. Dit zou hét middel zijn voor gelijkere onderwijskansen – dacht men 15 jaar geleden. We weten immers dat Vlaanderen aan de absolute Europese top staat wat betreft lezen, wiskunde en wetenschappen van 15-jarigen (resultaten van het PISA-onderzoek), maar dat nergens de onderwijskansen zo ongelijk verdeeld zijn als in Vlaanderen.

Beter?

Maar het gelijke kansenbeleid heeft de situatie dus niet verbeterd (maar zonder die extra middelen was het misschien nog erger geworden).
Volgens de studie van het ­Rekenhof beïnvloedt de opleiding van de moeder het meest de schoolse prestaties, gevolgd door de leerlingenpopulatie van de school.

Wat nu?

Het Rekenhof pleit voor het verhogen en aanmoedigen van de betrokkenheid van ouders. Natuurlijk is dit nodig. Maar mijn ervaringen bij Auxilia leren mij dat ouders, ook als ze nauwelijks Nederlands kennen, wél betrokken zijn: ze gaan wél naar het oudercontact, ze contacteren ons voor huiswerkbegeleiding omdat ze weten dat ze dat zelf niet kunnen, de zorgcoördinator ként de ouders

Ligt het knelpunt niet bij de lerarenopleiding? 

Toekomstige leerkrachten weten te weinig hoe ze moeten omgaan met de super-diversiteit in onze scholen, met de kansarmoede van de leerlingen. Geen onwil, maar onkunde. Wat doe je in een klas met 10 nationaliteiten, met leerlingen voor wie Nederlands soms de 3de of 4de taal is.
Auxilia werkt samen met lerarenopleidingen van de hogescholen en Universiteit Hasselt, waardoor kandidaat-leerkrachten – bij wijze van stage – vrijwilligerswerk doen, en via huiswerkbegeleiding kennis maken met de thuissituatie van leerlingen. Voor de meesten van hen een eye-opener.