Help, mijn leerling spreekt amper Nederlands

Wat kan ik doen? Wij bespraken het op onze regiobijeenkomst van 21 (Hasselt) en 22 (Lommel) april.

Er is zoveel wat een anderstalige moet leren. Het gaat niet alleen om de betekenis van woorden, maar ook om voor ons vanzelfsprekende begrippen zoals voor, achter, de volgende, de laatste, … technisch lezen gaat goed maar begrijpend lezen is een probleem. Mijn leerling kan een verhaal amper of niet navertellen.  En dan moet ik hem uitleggen over open en gesloten lettergreep.

Omdat mijn leerling het Nederlands amper of slecht beheerst, ben ik vooral zelf aan het woord. Is dat erg?

Enkele tips:

  • Ik gebruik veel afbeeldingen. Op die manier kan ik bijvoorbeeld tonen wat de oever van een rivier is.  Google afbeeldingen is dan ideaal.
  • Woordenschat breng ik in contexten aan en niet geïsoleerd. Bijvoorbeeld “zwaar”: een zware tas of een zware stoel  maar ook een zware taak of een zware oefening.
  • Het  is normaal dat leerlingen in het begin een stille periode doormaken. Daarbij zijn ze er nog niet aan toe om zelf (veel) te praten.  Voor alle taalleerders geldt dat hun receptieve vaardigheid (wat ze in een taal begrijpen) groter is dan hun produktieve vaardigheid (wat ze in een taal zelf aan boodschappen kunnen produceren/wat ze kunnen zeggen.) Geleidelijk bouwt men dan interactie in.
  • Blijf zeker zelf in zinnen praten en verval niet in babytaal zodat de leerlingen een goed rolmodel hebben. Uiteraard moet de leerkracht /vrijwilliger toegankelijke taal gebruiken, veel herhalen, langzaam praten en zo nodig herformuleren.
  • Ook moet de leerder ondersteund worden door een gesprekspartner/vrijwilliger die vollediger of juister verwoordt wat de taalleerder probeert te zeggen.  Ik zeg nooit ‘het is fout’  maar wel ‘ik begrijp dit niet zo goed’ of ik herhaal het op een correctere, vollediger manier. Bijvoorbeeld: “Ah, wat jammer, ben je ziek geweest in de vakantie?” in plaats van “ik ben ziek zijn in de vakantie”.
  • Ook een gewoon gesprek over hoe iets geweest is, of waarom iets is tegengevallen, is belangrijk: taal gebruiken om echte gesprekken te hebben. Soms is wat wij als bijzaak beschouwen, de hoofdzaak.