Ouderparticipatie, gemakkelijk gezegd! Eisen leerkrachten te veel van de ouders?

Aan het begin van de krokusvakantie sprak ik met onze buurvrouw,  mama van Arne en Nelle (fictieve namen). Ik vroeg haar hoe het met de kinderen in school ging. Ze vertelde dat het een hele klus was om elke dag met hen ’s avonds te oefenen. Rond 18:00 uur werden ze in de opvang opgehaald. Ze waren dan moe, hadden honger en er moest gekookt worden. Papa kwam  tegen 19:00 uur thuis en dan aten ze samen. Daarna ging de boekentas open; veel te laat, maar vroeger lukte het niet. In de agenda van Nelle stond de voorbije weken dat ze elke dag 10 minuten moest lezen, want dat vlotte echt niet. Tijdens de weekdagen kwamen ze er niet aan toe. Nu de krokusvakantie begon, hoopte ze dat haar schoonouders (zij vingen de kinderen op) met haar oefenden. De druk was dan wat van de “schoolse ketel” en  het lezen ging dan misschien beter. Ze zuchtte en ik veronderstel dat ze zich schuldig voelde.

“Ouderparticipatie” is blijkbaar niet zo eenvoudig, zelfs niet als je woont in een blank, Nederlandstalig gezin. Onmiddellijk dacht ik aan het Marokkaanse en Filipijnse gezin bij wie ik elke week kom om de kinderen te begeleiden bij hun schoolse opdrachten. De mama’s helpen – in de mate van het mogelijke – bij het huiswerk. Ze schrijven oefeningetjes van wiskunde over en controleren a.h.v. het werkboek of ze correct gemaakt zijn. Ze lezen de Nederlandse woordjes waarna zoonlief ze in het Frans vertaalt en noteert. De schrijfwijze wordt daarna letter na letter door mama gecontroleerd. De Franse uitspraak lukt niet, maar die neem ik voor mijn rekening. Na anderhalf uur werken komen er koekjes en thee op tafel als uiting van dank.

En dan bedenk ik hoe vreselijk het voor deze mama’s moet zijn om te horen dat ze “meer hun best” moeten doen. Het is zeker niet  mijn verdienste, maar die van de mama’s en de kinderen dat ze het goed doen in school.