Waarom word je vrijwilliger bij Auxilia?

Een korte rondvraag leerde mij waarom. Ik resumeer in willekeurige volgorde:

  • Voor studenten in de lerarenopleiding is het een praktische en beklijvende ervaring om zich te realiseren wat de gevolgen zijn van kansarmoede voor onderwijskansen. Schrijft Tine:” Ik volg een bachelor lerarenopleiding lager onderwijs. In deze opleiding leerden we tijdens de GOK-module over kansarmoede. De ernst van dit probleem drong niet tot mij door, tot ik zelf als vrijwilliger aan de slag ging bij Auxilia. Plots besefte ik hoe moeilijk het was voor sommige kinderen om thuis hun huiswerk te maken, want ze hadden geen pen om mee te schrijven. Of hoe moeilijk het was om iets op internet op te zoeken, want ze hadden geen computer thuis”.
  • Het is enorm stimulerend om vast te stellen dat je als vrijwilliger het verschil kan maken. Zegt Mart: “De bijlessen hebben vrij snel iets opgeleverd: van 41% naar 56%”.
  • De vluchtelingenstroom stelt ons voor grote uitdagingen, en kan ontwrichtend werken indien we er niet in slagen deze mensen hier een toekomstperspectief te geven. We kunnen en mogen niet alles van de overheid verwachten. Frank: “Inbedding in onze cultuur, in wederzijds respect en zonder verlies van eigenheid, is een gezamenlijk belang. Dat vereist engagement en inspanningen van iedere burger”.
  • Het is een praktische en leuke manier om andere culturen beter te leren kennen. “Hij (de leerling) heeft ons een totaal ander inzicht gegeven in de Afrikaanse en Islamitische cultuur”.
  • Je krijgt dankbaarheid en erkentelijkheid van de ouders. Zo zegt de moeder van een leerling aan de vrijwilliger: “Ik wil je heel erg bedanken want tijdens de toetsenperiode is het hier in huis nog nooit zo rustig geweest. Hij deed vroeger niets voor de toetsen, ik kreeg hem niet aan het werk want hij beweerde dat hij het niet kon en ik kon hem niet helpen. Het was dikwijls ruzie en herrie. Dat hij nu wel bereid is om zich in te spannen komt omdat jij hem kan helpen”.

Maar  we moeten eerlijk zijn; het is niet allemaal rozengeur en maneschijn, en niet alles gaat “vanzelf”. Sommige vrijwilligers getuigen dat ze veel tijd steken in de voorbereiding van hun lessen, in administratieve ondersteuning, in het regelen van praktische dingen. En soms is de relatie met de ouders stroef. Dat kan liggen aan taalproblemen, maar  soms heeft de vrijwilliger de indruk dat het de ouders allemaal  weinig kan schelen. Anderzijds zitten sommige ouders voortdurend over de schouder van de vrijwilliger te kijken wat hij doet – en dat is ook niet leuk.

Mieke