Sleutels tot schoolsucces voor kinderen met migratieachtergrond: ouders en mentor/rolmodel

Leerlingen van wie de ouders elders geboren zijn, en die thuis de schooltaal niet spreken, hebben gemiddeld slechtere schoolresultaten. Dit is niet alleen in Vlaanderen zo: we zien het in alle OESO-landen.

En wie met zijn beide voeten in de onderwijs-klei staat weet ook hoe dit komt: kinderen van minderheden gaan vaak naar concentratiescholen, waar de lat doorgaans minder hoog ligt (zowel cognitief als qua ambitieniveau), en de thuisomgeving is vaak te weinig stimulerend. En daarbij is “taal” zelfs niet de belangrijkste factor: ik ken kinderen van Syrische vluchtelingen, voor wie het Nederlands de derde of vierde taal is, en die het toch heel goed doen op school. Belangrijkse factoren zijn daarentegen: is er thuis een “leeromgeving”, wordt het kind aangemoedigd door zijn ouders om ambitieus te zijn, om alles uit de kast te halen, of moet de school het maar allemaal doen?

Meer dan twintig jaar gelijke kansenbeleid, en grote mobilisatie van middelen, en inzet van leerkrachten hebben het tij niet kunnen keren, in Vlaanderen niet, in de andere OESO-landen niet. Nog steeds verlaten vooral jongeren met een migratieachtergrond de school zonder einddiploma.

Soms loopt het anders: wanneer het kind of de jongere het geluk heeft opgetild te worden door een mentor, een rolmodel: een leerkracht die “iets ziet” in de leerling, een vrijwilliger die met veel geduld de jongere op het juiste spoor zet en houdt.

Ik word meer en meer pessimistisch om te geloven dat structuurveranderingen in het onderwijs veel kunnen veranderen aan deze minder goede prestaties van leerlingen met een migratieachtergrond, maar blijf geloven in de druppels op een hete plaat van vrijwilligers zoals deze van Auxilia, of van gedreven leerkrachten.